Hoe laat is het
Hoe laat is het? Hoe laat was het toen het nog niet te laat was? Ik kijk naar buiten en zie geen tijd. Als ik lang naar de planten kijk, zie ik aan hun groei de tijd voorbij gaan. Zo lang kijk ik nooit naar planten. Ook mijn nagels staan stil. Terwijl ze allesbehalve stil staan. Als ik langzaam was als een slak, zou ik alles aan mij zien groeien. Een slak ziet mijn nagels, mijn haar en mijn buikomvang toenemen. Voor een slak is het nooit vijf uur. Terwijl het twee keer per dag vijf uur is. Als ik lang naar de klok kijk, zie ik dat er dingen gebeuren terwijl ik niets zie gebeuren. Het is zomaar zeven uur geworden. En heb ik iets zien bewegen? Zo kan het zomaar te laat zijn. Al heel lang. Dat iedereen zit te wachten. Met al die horloges. Hop de pols weer even omhoog. Hoeveel horloges hangen er om de polsen van mensen die af en toe hun elleboog even in de hete brij laten hangen – om te voelen hoe heet het ook alweer is – en dan weer op hun klokje kijken, waarop het elke dag twee keer vijf uur is, twee keer tien uur, twee keer half zeven, twee keer kwart voor twaalf, twee keer tien over negen – we prijzen onze klokken dat ze elke dag al die tijd gratis en vanzelf op ons neer laten regenen.
Tot de dood ons scheidt
Ik laat me heus niet scheiden door de dood. De dood kan wel denken dat ie scheidt. Maar dan kent ie ons nog niet. We hebben dan wel die papierwinkel ondertekend waarin ergens op een bepaalde pagina staat dat wij samen blijven ‘tot de dood ons scheidt’, maar dat hebben we niet gelezen, we hebben onze handtekening gezet op onvoorwaardelijke en oneindige wijze. Wij laten ons echt niet door zo’n simpel doodje uit elkaar drijven. Welnee. We zijn dichter bij elkaar dan ooit. Moesten we voorheen nog best wat moeite doen om in elkaar te geraken – en dan nog maar alleen hij in mij, hoe oneerlijk is dat – nu draag ik hem voltijds en volledig met mij mee in mijn hart. Ik kan overal met hem in mij naartoe. Ik kan met hem in mij slapen. Ik kan hem laten lachen in mij. Samen kijken wij naar een grappige film. Als ik dans, verkent hij de ruimte om me heen. Als ik boodschappen ga doen, ben ik ineens aan de wandel en beweegt hij me niet naar de winkel maar naar het einde van de wereld, zoals het einde van de wereld van elke dag het beste kan maken. Dus, dood. Ik ga je niet bedanken – zo leuk is het nou ook weer niet – maar je moet weten dat je niet gewonnen hebt. Misschien lukt het je soms om een koppel te scheiden. Maar zeker niet ons.
Tijden zonder ons
Er komen tijden zonder ons. Dat is ook wat. Wat denken die tijden zonder ons wel te gaan doen? Tijd zonder ons, het moet niet gekker worden. Wie heeft de tijd überhaupt uitgevonden? Dacht je dat er vóór ons al uurwerken in het universum rondslingerden? Wat is tijd als er niemand is om die als zodanig te ervaren? Niets! Niet bestaand! Als wij de tijd niet indelen in seconden, dagen, maanden, jaren is er alleen maar een nu dat door niets en niemand wordt opgemerkt. Geen spoor ook van onze verademing, wanneer wij heel even – een moment van nu – ons verleden hebben afgeschud en onze toekomst zijn vergeten.
Er komen tijden zonder ons. Zulke tijden hebben geen vroeger en geen later. Spijtig voor die tijden dat ze niet worden gezien, gehoord, gevoeld, benoemd en beschreven. Door ons.
Zonnebloemen!
Snap dat dan! Zonnebloemen! Overal! Schilder ze op de ramen! Op de gordijnen! Op de gezichten van de mensen die wel een zonnebloem kunnen gebruiken. Heb je het nou begrepen? Kijk in de spiegel en zie een zonnebloem van oor tot oor. Stuur zonnebloemen de hele wereld over. Met je handen met je ogen met je woorden. Maak de hele wereld één grote zonnebloem. Laat alles in ons hele zonnestelsel beschijnen door een Helianthus. Draai met ze mee. Heb je hele hart vol zon, zoals die bloem dat doet, moeiteloos en zonder één gedachte eraan te besteden.
Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.
Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.