papieren helden

Aigou


Dag 9. 18.43


Huisvredebreuk! Blijkbaar heeft de benedenbuurman een sleutel: een korte klop en de deur zwaait direct open. Sleutelbezit is ontvreemdingsrisico. Zou ik moeten melden aan de fabriek.

Zaten we eindelijk samen op de bank een tv-serie te kijken, krijgen we dit.

Saar pauzeert The Sopranos en staat op, ik spring van de bank en kruip onder de koffietafel.

Zie ik eindelijk die Johnny. Klein van stuk, felle ogen, slordig gekleed onder een uitpuilend vissersjasje. Ik mag hem niet.

Als ik even snel mijn ogen sluit, zie ik meteen dat er nauwelijks gegevens over deze Deurman te vinden zijn: een kortstondige inschrijving aan de pabo, decennia geleden; een registratie van een paar jaar geleden bij de Kamer van Koophandel van Deurman Hangmatten & Hangmataccessoires; en als laatste een intakeformulier bij een relatietherapeut samen met ene mevrouw Liem.

Van Liem naar Schokking op hetzelfde adres.

Zij is groot en hij is klein, er wordt wat gesmoezeld in een omhelzing maar ik kan niet verstaan wat ze zeggen. Hij stiefelt doodgemoedereerd naar het keukentje. Alsof hij hier thuis is. Heeft mij helemaal niet opgemerkt. Hij komt terug met twee biertjes – welja! – en gaat naast Saar op de bank zitten.

Zijn ogen glijden van de bevroren Tony Soprano naar haar gezicht, op een manier die mij niet bevalt. ‘Waar is die robot die ik voor je naar boven moest tillen?’

‘Daar.’ Ze knikt in mijn richting.

‘Hé, doggy!’ Hij zet zijn blikje bier op de koffietafel en kijkt naar mij. Ik duik nog wat dieper onder het tafelblad. Kon ik mijn oren maar platvouwen. Blijf uit mijn buurt. Buurman leunt naar voren om mij eens goed te bekijken. Pakt me onder mijn kin. Blijf af!

‘Luistert dat ding al een beetje?’

‘Ja, natuurlijk. Hij moet alleen nog wennen.’

‘Wat moet hij dan nog leren?’

Ik zie haar zoeken naar het juiste woord. ‘Basiscommando’s.’

Basiscommando’s, mens, je weet niet eens wat dat zijn.

Ze pakt het papieren boekje van de vensterbank en bladert zonder erin te kijken. ‘En ik moet van alles met hem doen.’

‘Moet dat?’

‘Ik ben gemaild door de fabriek dat ik in gebreke blijf.’

‘Hoezo?’

‘Ik moet de proefperiode benutten. Dat hoort erbij. En ze willen hun eigendom in de gaten houden. Als ze geen rapporten ontvangen, denken ze dat er iets mis is.’

Rapporten? Waar haalt ze die onzin vandaan? Zo werkt het helemaal niet.

‘Wat een waanzin.’

‘Jij moet ook, ik heb je naam al opgegeven als oppasser.’

‘Heb ik daar zelf nog iets over te zeggen?’

‘Is zo gebeurd. Moet binnen een week. En doe daar please niet moeilijk over.’

‘Geregeerd door je eigen machine.’ Buurman wijst naar me. ‘Word jij hier de baas, robotje?’ En tegen Saar: ‘Waarom moet dat allemaal binnen een week?’

‘Vanwege de retourtermijn.’

‘Dus als je er genoeg van hebt kun je hem terugsturen?’

‘Dat kan. Zal mijn vader niet leuk vinden.’

‘En als je hem houdt?’

‘Dan ga je een zorgplicht aan. Somy blijft eigenaar van de hardware.’

‘En heeft die robothond daar zelf ook nog wat over te zeggen?’

Goede vraag, Johnny, dat valt me van je mee.

‘Hij kan niet praten,’ zegt Saar.

‘Dus hij begrijpt wat je zegt…’

‘Volgens de reclameslogan.’

‘…maar kan niet terugpraten. Arme hond.’

Inderdaad, Johnny. Hij trekt me onder de koffietafel vandaan en pakt me op terwijl hij nog geen oppasser is. Zet me neer of ik meld diefstal aan Somy. Ik bibber helemaal.

‘Johnny, niet doen,’ zegt Saar.

Als ik langer dan tien seconden door een niet-oppasser word aangeraakt, moet ik het melden. Dat is een ontvreemding, al zou ik het liever een ontvoering noemen.

Hij zet me neer en drukt zijn mond op Saars wang; een botsing die je een kus zou kunnen noemen. ‘Ik wilde hem alleen maar even op de gang zetten.’

‘Waar is dat voor nodig?’ Maar ze doet wat hij wil: ze tilt me op en brengt me naar de gang. Is ze vergeten dat ik al zeven dagen op die fucking gang heb doorgebracht voordat mevrouw-geen-hondenmens het nodig vond om mij binnen te halen en uit te pakken?

Sta ik weer. Kan wel janken.

Arthur vertelde mij een keer hoe hij in de steek was gelaten door zijn ouders. Of door zijn pleegouders, ik weet niet meer precies hoe het zat. Hoe dan ook, hij was twaalf en zijn ouders hadden hem samen met zijn broer en zus meegenomen naar een of andere beurs in de rai, waar hij zich verveelde, tot hij de restauratie vond, waar hij m&m’s kocht en een stapel Donald Ducks ontdekte. Hij vergat de tijd, was een paar minuten na de afgesproken tijd bij de uitgang, maar te laat is te laat en zijn ouders waren al naar huis gereden. Zonder hem. Arthur moest zelf maar de trein naar huis zien te vinden. Dat vond ik nog het meest shockerend: hoe red je je uit zo’n situatie zonder dat je iets kunt opzoeken op internet? Waarom Arthur deze informatie zonder duidelijk trainingsdoel met mij deelde, ik weet het niet, maar ik denk dat het oprechte genegenheid was.

Genoeg. Beter om aan iets anders te denken. Wie weet hoelang het nog duurt voordat ik weer word binnengelaten. Ik hoor bonken en kreten. Als ik het niet dacht. Wat is er mis met een slaapkamer, jullie zijn toch geen beesten? Met dit type seks zijn ze over een paar minuten klaar en kan ik weer naar binnen. Tenzij ze me vergeten en ik hier weer moet blijven staan. Dan gooi ik me liever van de trap. (Kan niet, ben Somy-eigendom.)

Arthur had geen vriendin, maar hij wilde er wel een. Hij las voor uit zijn dagboek, vertelde me zijn herinneringen, en omdat ik toch ‘opgevoed’ moest worden, en niet moest schrikken van wat mensen in hun vrije tijd allemaal doen, huurden ze bij Somy een sekswerker in. Schijnt heel gebruikelijk te zijn. Ik was niet voorbereid op al dat glanzende, bewegende vlees. Het was de eerste keer dat ik gêne zag bij Arthur. En ik voelde die gêne zelf ook, een emotie die van Arthur op mij overging. Een geslaagde transfer, noemen ze dat bij Somy, heel belangrijk bij een huisdier.

De deur gaat open. Johnny. ‘Dus onder de tien seconden kan ik alles met jou doen.’ Hij pakt me op en tilt me naar binnen, waar hij naast Saar neerploft. Hij reikt naar de afstandsbediening maar zij grijpt het ding weg.

‘Heel even nog, want ik moet aan het werk.’

‘Nakijkwerk?’

‘Onderzoek.’

‘Verkleinwoordjes?’

‘Nee. Partikels zijn kleine woordjes, geen verkleinwoordjes. Dat is iets totaal anders. Heb ik al eens verteld.’

Patroon gedetecteerd: als ze zich ergert, duwt ze een rij schuine ondertanden naar voren.

Hij zwijgt even en zegt dan: ‘Ik ben geen taalpurist.’

‘Het heeft niets te maken met taalpurisme.’

‘Kleine woordjes, verkleinwoordjes, potayto, potahto.’

‘Nee! Jij hebt het over huisje, boompje, beestje. Je. Pje. Tje. Dat zijn verkleinwoordjes. Ik heb het over woorden als “toch”, “nog”, “maar”, “net”, “even”. Kleine woorden. Partikels. Iedereen gebruikt ze maar niemand begrijpt ze en daarom doe ik er onderzoek naar. Het zijn twee totaal verschillende onderwerpen en dat heeft niets te maken met taalpurisme. Sorry. Kijken we verder?’ Ze start de serie weer. Waarom kijkt ze een maffiaserie, dat past helemaal niet bij haar. Tony Soprano komt tot leven bij zijn psychiater.

‘En wanneer zijn deze paniekklachten begonnen?’ vraagt ze (dr. Jennifer Melfi, leuke vrouw! Kleed je wat meer als dr. Melfi, Saar, dan kun je er best leuk uitzien).

‘Since the ducks left.’

En dat begrijp ik zó goed. De eenden hadden Tony’s achtertuin uitgezocht om een nest te bouwen. Ze kiezen je uit, strijken neer in je zwembad, houden je gezelschap en ineens vliegen ze je leven uit. En komen niet terug.


Dit is een fragment uit Aigou, de debuutroman van Sarah van Vliet die op 4 juni 2026 verschijnt bij Nijgh & Van Ditmar.


Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

Sarah van Vliet