Op het moment dat ik de hoop eigenlijk al heb opgegeven komt het goede nieuws waar we al 22 dagen op wachten. Mijn dochters Ruba en Bisan mogen Gaza uit. Ik vind het doodeng, want ze hebben nog nooit alleen gereisd. Daarbij weet ik niet of en wanneer ik ze terug zal zien, ik heb er vreselijk veel moeite mee. Ik kan ze moeilijk loslaten, maar ik klamp me vast aan de gedachte dat ze weldra een fatsoenlijk maal zullen krijgen, en een warme douche. Ze zullen hun leven weer kunnen oppakken.
Door allerlei omstandigheden loopt het trouwens nog bijna mis ook.
Ik had het reisbureau Hala al op 20 februari betaald met het idee dat ze binnen drie weken zouden vertrekken. Maar steeds als ik navraag deed, antwoordde een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn: ‘Hun namen staan morgen op de lijst, op z'n laatst overmorgen...’ Maar zoals gezegd was er door een kolossale toename van het aantal aanvragen vertraging ontstaan. Ik heb het niet tegen de meiden willen zeggen, maar op een gegeven moment begon ik te twijfelen of het nog wel goed zou komen. Daarom had ik ze ook meegenomen naar ons tentenkamp, zodat ze alvast konden wennen aan die manier van leven. Aan de andere kant wilde ik natuurlijk toch de lijsten blijven controleren, die meestal pas rond 22.00 uur verschenen, en dan moest ik ook nog minstens een kilometer in het donker lopen om bereik te krijgen. Dus gingen we toch maar weer terug naar Rafah, met alle gevaren van dien.
Soms duurde het langer voordat de exitlijst online verscheen, en zat ik tot midden in de nacht te wachten. Dus na heel veel teleurstellingen, besloot ik één keer niet zo lang op te blijven. Ik was zo moe dat ik om 22.30 uur naar bed ging. Rond middernacht hoorde ik een berichtmelding in mijn slaap. Daarna nog een. Het duurde even voordat ik slaperig mijn telefoon pakte en begon te lezen. Pas toen begon het langzaam tot me door te dringen. Vrienden en familieleden hadden de lijst gezien die inmiddels online stond (het is het meest gevolgde bulletin van Gaza) en ze feliciteerden ons met het naderende vertrek van de meiden. Ondanks het late tijdstip ging ik Ruba en Bisan meteen wakker maken. De rest van de nacht deden we geen oog meer dicht.
Ook al hebben ze alles al ingepakt, ik ben toch steeds bang dat ze nog iets vergeten zijn. We checken alles nog eens twee keer: documenten, adressen, telefoonnummers, laptop, opladers. Het is nog midden in de nacht als we beginnen te bellen om iedereen gedag te zeggen. Ze nemen afscheid van oma. Van hun moeder, die naar Khan Younis is gevlucht. Van hun neven en nichten die in het noorden zijn gebleven en die ze zo missen. Vroeg in de ochtend zijn ze niet meer te houden, ze haasten zich naar hun beste vriendinnen om afscheid te gaan nemen, en maken daarbij hun hele familie wakker.
Ons laatste ontbijt samen bestaat uit brood en thee zonder suiker. Ze hebben helemaal geen trek, maar ik dwing ze toch een paar happen te nemen. Het wordt een lange dag en ik wil niet dat ze met een lege maag vertrekken. Om 8.30 uur breng ik ze naar de grenspoort die om 9.00 uur opengaat. Ik krijg zowat hartverlamming als ik erachter kom dat de opening, vanwege de toegenomen drukte, sinds een paar dagen is vervroegd naar 8.00 uur en dat we dus te laat zijn. Gelukkig gaat de rij maar traag vooruit en staan er nog steeds mensen te wachten. We omhelzen elkaar. Huilend nemen we afscheid. En daar gaan ze. Via de telefoon blijf ik ze op de voet volgen. Ik heb ze op het hart gedrukt om me voortdurend op de hoogte te houden. Ik wil over alles geïnformeerd worden, over elke stempel in een document. Gelukkig ontmoeten ze tussen de vertrekkende menigte een oude vriend van me. Hij schrijft me meteen dat ze bij hem veilig zijn. Ik had me niet beter kunnen wensen.
Ze doen er drie uur over om het Palestijnse deel van de grens te passeren. In die zone hebben de mobiele telefoons blijkbaar geen bereik, maar omdat ik al die tijd niets van ze hoor begin ik me van alles in mijn hoofd te halen, dat ze zijn gearresteerd, of ontvoerd... Dan duiken ze ineens weer op aan de Egyptische kant. Om daar langs te komen zijn ze nog eens drie uur bezig. Hun documenten worden minutieus gecontroleerd. Hun paspoorten zijn verlopen, net als die van de meeste mensen hier trouwens. We hebben ze bij volmacht moeten verlengen in Ramallah. Van daaruit zijn de paspoorten naar Egypte gestuurd. Er is geen manier om ze hier afgeleverd te krijgen, omdat ook de hele postdienst is weggevaagd. Gelukkig zijn de Egyptische autoriteiten daarvan op de hoogte. Het is een vaste procedure, hoe omslachtig ook. Een medewerker van Hala komt de documenten speciaal naar de grens brengen. Dat noemen ze de vipbehandeling. En dat mag ook wel voor dat geld.
Eindelijk laten de meiden weten dat ze het land uit zijn. Het is 16.00 uur. Ze stappen in de touringcar die klaarstaat en op hun gereserveerde plekken vinden ze waar wij in Gaza alleen maar van kunnen dromen: water en snacks. Want mensen die reizen tijdens de ramadan mogen wel eten. De hele trip door de Sinaï duurt zes uur. Opgewonden bellen ze me, eerst voordat ze aan boord stappen en daarna nog een paar keer. Ik krijg een selfie vanuit een koffiehuis waar ze een halfuur pauzeren. In totaal zijn ze met meer dan dertig personen. Ze sturen foto's van spelende kinderen in een dorp waar ze doorheen rijden en zeggen dat ze haast niet kunnen geloven dat het leven hier gewoon zijn gangetje gaat, op luttele kilometers van de hel van Gaza. Ik probeer wat slaap te krijgen, maar het lukt niet. Als ze in Caïro aankomen is het alweer nacht, maar vanwege de ramadan bruist de stad van de lichtjes en het leven. Een neef van me wacht hen op. In zijn huis treffen ze een tafel vol lekkernijen, ze worden door iedereen geknuffeld en worden aangespoord om te eten.
De volgende ochtend slapen ze uit. Het is de eerste keer in vijf maanden dat ze in een fris bed slapen, warm kunnen douchen, schone kleren aantrekken. Ik ben helemaal versuft. Euforisch en wanhopig tegelijk. Ik kan me nergens op concentreren en stuur hun voortdurend berichtjes.
Ik voel me volkomen uitgeput. Leeg. Maar ik moet weer aan het werk, het is mijn plicht om verslag te doen van het drama van mijn volk. Ik heb mijn dochters in veiligheid kunnen brengen, dankzij de hulp van vele anderen. Maar het besef dat niemand zich bekommert om de levens van zoveel andere jongens en meiden, zoveel kinderen zoals mijn meiden, laat me niet meer los.
Intussen kom ik vrienden tegen die me omarmen en me de hand schudden, me feliciteren en het allerbeste toewensen, alsof mijn meiden zijn getrouwd of afgestudeerd in plaats van dat ze de oorlog hebben verlaten. Alsof ze een groot doel hebben bereikt. Hier staat het leven stil. Wie het lukt om weg te komen, wordt gevierd als een ster.
Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.
Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.