En wat er ook nog was, naast alle dingen die ze moest onthouden zeggen doen, ze had roze post-its als reminder in haar agenda en boven haar bureau geplakt. Wat er ook nog was: de wifi op haar laptop deed het niet. De drie gebogen streepjes onderin het scherm, de regenboog – hij was verdwenen. In plaats daarvan een wereldbol die alsmaar rondjes draaide en waar je niets aan had in dit verband.
Schrijven doet ze met de hand met vulpen op papier. En de fragmenten die er zijn ze plakt ze in een document achter elkaar, een sjaal die ongemerkt steeds langer wordt, ze mailt de teksten aan zichzelf. Hoe ik in zij verandert onderweg – het is een wonderlijk proces waar ze geen vat op heeft, het pendelt heen en weer. De ik naar zij te mailen, dat ging nu niet, de wifi haperde, er moest iets aan gebeuren.
Er zit een winkel op de hoek vlakbij het grote kruispunt met stoplichten, naast de kerk. De kinderen, de meisjes – ze hadden daar gezongen, een kerstconcert van school. Toen ze zich netjes hadden aangekleed, de haren in een vlecht een mooie jurk. En aan de overkant zit een computerwinkel, ze was er nooit geweest, daar ging ze heen.
Het was op zaterdag. De winkel op de hoek was leeg er was geen mens het was nog vroeg. Achter een glazen wand stonden schermen opgesteld wel meer dan tien. Sommigen gaven een zwak blauw licht af, anderen leken uit te staan, maar er knipperden kleine lampjes aan de zijkant. En of er ook mensen in die ruimte in het blauwe schijnsel waren, het was niet goed te zien van waar zij stond.
Voor de toonbank keek ze om zich heen. Rechts een rek met beugels met kartonnen doosjes netjes op een rij. Aan de linkerkant onder het raam stonden grote dozen opgestapeld, met merknamen in witte en blauwe letters. Haar blik dwaalde naar buiten. Het voorjaar dat geruisloos begonnen was en een lichte groene sluier over de bomen had gelegd.
Na een tijdje kwam er iemand tevoorschijn van achter de glazen wand, de ruimte waar het schemerdonker was. Een bleke jongen haast een kind, hij had gevraagd waarmee hij haar kon helpen. Ze was bang dat ze niet goed uit haar woorden komen zou, het probleem waarvoor ze kwam – ze had het op een roze post-it opgeschreven.
Het was de wifi. Hij vond het netwerk niet, het leek niet te bestaan. De regenboog – ze zag hem niet, en er werd steeds opnieuw het wachtwoord gevraagd. Ze gluurde op het roze briefje. Haar vraag zo adequaat te formuleren, ze was immers een volwassen vrouw. Maar er kwam geen respons. Het lange dunne kind dat voor haar stond, hij reageerde niet hij sprak geen woord. Hij keek alleen maar naar het scherm, de laptop die tot leven kwam. Drukte op de toetsen, verschillende tegelijkertijd, zijn vingers gingen heen en weer totdat het scherm eerst blauw werd en vervolgens zwart. Toen trok een lichte frons over zijn gezicht dat onnatuurlijk bleek was met een spoor van dons boven zijn lip. Ze vroeg zich af hoe oud de jongen was en of hij zich al schoor. Er werd iets gemompeld dat ze niet verstond, zonder haar aan te kijken klapte hij haar laptop dicht. Voor ze er erg in had was hij verdwenen in de blauwe schemering achter de glazen wand.
Hoe lang het duurde wist ze niet. Ze keek naar de bomen op de stoep, een vogelhuisje dat tegen de gladde stam was opgehangen. Ze keek naar buiten tot hij weer tevoorschijn kwam.
Het was de processor. De processor had dertien dagen onophoudelijk gedraaid. Dertien dagen! Hij herhaalde het alsof hij nauwelijks kon geloven wat hij zojuist had vastgesteld. En zij had geen idee waarover hij het had. Maar dat je van slag raakt als je dertien dagen iets probeert wat steeds niet lukt – dat begreep ze wel; hoe problematisch en uitputtend dat moet zijn. De zoemende aanwezigheid op de achtergrond terwijl het werk aan de voorkant om stilte vraagt.
Het is belangrijk moet u weten, te zorgen dat-ie echt wordt afgesloten! Dus niet alleen het scherm dichtklappen, maar het hele systeem! Afsluiten! Zodat het stopt! Ik zal u laten zien hoe u dat thuis kunt doen.
Dit alles dat voor haar ogen gebeurde, ze stond er vol verbazing naar te kijken. En dat er uit die mond met smalle lippen in een bleek gezicht toch woorden kwamen en een hele zin. Terwijl ze in de lege winkel stond. Terwijl ze halverwege de instructie een blik naar buiten wierp, een koolmees zag tegen de gladde stam, het kleine kopje zaden pikkend uit een mandje voor zijn jong dat in het vogelhuisje zat. Terwijl het kind dat voor haar stond, hij leunde naar haar toe om aan te wijzen, wat er moest gebeuren. Opnieuw opstarten en shift en een blauw scherm. Dan moest het goed gaan. Hij had het voor haar opgelost, ze zag de regenboog weer onderin. En het was nog binnen het kwartier dat gratis is. Ze was verbaasd, het leek veel langer toen ze stond te wachten en naar buiten keek, een koolmees had gezien.
Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.
Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.