papieren helden

FB

De leuke mensen!

Ze was die zondagmiddag constant bezig haar dochters op te jagen om hun vroegere buren te gaan bezoeken. In Breukelen. Tonneke had behoefte aan leuke mensen, appte ze.
‘Ze hebben ons nodig, meisjes!’ riep ze. ‘Ze hebben ons nodig. Ze hebben ons NO-DIG!’
Ze rende de trappen op en af terwijl ze maar in haar handen bleef klappen, en bleef roepen dat ze op moesten schieten, dat ze nu toch echt óp moesten schieten, dat ze de bús zouden missen, dat ze de bus nu toch echt gemist hadden, dat ze de vólgende bus echt niet mochten missen, dat ze zaten te wachten daar in Breukelen, OP ONS, dat ze die arme mensen niet zo lang konden laten wachten, dat zou ontzettend onaardig zijn. Zo. Ont. Zet. Tend. On. Aardig. Van. Ons.
Tonneke en Jorrit en de kinderen hadden de borrelhapjes inmiddels vast al klaargezet, de glazen opgepoetst, misschien de wijnfles al wel ontkurkt, en de cola uit de koelkast gehaald, voor ons. Speciaal voor óns, meisjes. Voor de leuke mensen! De leu-ke mensen, meisjes.
Wij zouden eigenlijk ook een beetje naar hen uit moeten kijken. Dat doen we ook, hè? Het zou heel onfatsoenlijk zijn als we dat niet deden, meisjes!
Heel. On. Fat. Soenlijk.
Ze rende heen en weer door het kleine trappenhuis, zag in de passpiegel prompt haar eigen moeder rennen –Ja, waar was die eigenlijk gebleven? Het leek erop dat haar moeder sinds ze, zonder haar vader, naar Oud-Beierland was verhuisd, ook meteen alle banden met haar dochter en kleindochters had verbroken. Waren ze soms niet leuk genoeg? Was ze ons soms ook spuugzat? Waarom zou ze anders niet meer bellen? – en schreeuwde haar meisjes toe dat ze ook eens één keer aan een ander moesten leren denken. Eén keer. Het draait niet altijd alleen maar ons onszelf. Het draait niet allemaal om ons, hè, schreeuwde ze. Hebben jullie dat door? De wereld is groter dan dit huis, er zijn dingen aan de hand. Moord. Brand. Oorlog. Oneerlijkheid. Toestanden. En Tonneke is heel erg door haar rug gegaan.
De mensen hebben hulp nodig. De mensen hebben ons nodig, meisjes. De mensen kunnen niet zonder ons. Tonneke schijnt ook enorm last te hebben van overgangsklachten, hersenmist, E-NORM, het gevoel dat ze er niet meer toe doet. Ze kan er net zo goed niet zijn. Ze heeft zo’n behoefte aan leuke mensen, appte ze. Iets gezelligs. Een luisterend oor.
Waarom reageren jullie nou niet? Dit zouden jullie toch moeten snappen, meisjes. Waarom zeggen jullie niets? Laten jullie het mij helemaal alleen uitzoeken met Tonneke en Jorrit?
Jullie zijn bevriend met die kinderen, hè? Niet ik. Oké, waren. Dat moeten jullie goed begrijpen, meisjes. Jullie waren meer bevriend met die kinderen dan ik ooit ben geweest met Tonneke en Jorrit. Ik ken Tonneke en Jorrit alleen maar omdat jullie vroeger, ja heel lang geleden, dat weet ik ook wel, dag in dag uit met die rare kinderen wilden spelen. Jullie ja. Ik niet. Ik had op geen enkele manier iets met die mensen. Het waren niet mijn types. Maar dat maakte mij niet uit.
Ik kan met iedereen bevriend zijn. Als zij het toch leuk vinden om ons te zien? Het is een hele eer als mensen het echt leuk vinden om ons te zien, meisjes.
Zo vaak komt dat niet meer voor. Ik denk dat we blij moeten zijn dat er nog mensen bestaan die het blijkbaar leuk vinden dat wij bestaan. Heel blij, meisjes.
De bus, de bus. Straks is het te laat.
Er is verder niemand anders die nog maar iets met die familie te maken wil hebben, hè? Ze worden daar in Breukelen nooit uitgenodigd voor buurtfeestjes, verjaardagen, bruiloften of waarvoor dan ook. En die briljante kinderen zijn kennelijk voor de tweede keer blijven zitten, ze zijn volgens Tonneke veel en veel te slim voor het schoolsysteem en ze schijnen tegenwoordig ook aan automutilatie te doen. AU-TO-MU-TI-LATIE, meisjes! De velletjes van hun onderarmen - én benen - zijn totaal verdwenen, zo zielig, ze zitten dag en nacht op zolder, drinken proteïneshakes, dragen kleding van Divine Darkness, en ze hebben alleen nog chatbots om mee te praten.
Ja, die chatbots laten hen niet zomaar vallen, hè meisjes. Die chatbots blijven te allen tijde aardig. Die chatbots zijn er wel als ze het moeilijk hebben. Horen jullie mij wel? MEIS-JES!
Iedereen heeft het moeilijk daar. Tonneke werkt dag en nacht om de boel te kunnen bekostigen en heeft nu dus rugpijn, en Jorrit is blijkbaar wéér ontslagen omdat niemand hem ooit op waarde heeft weten te schatten. Niemand. Ooit. Zelfs zijn moeder niet. Nooit. Alleen wij kunnen door zijn humeur heen kijken, meisjes. Wij kunnen dat. Wij zijn de enigen die zien dat Jorrit diep van binnen wel een leuke man is. DE E-NI-GEN. Ook al komt hij soms wat ongemanierd over. Niet zo heel makkelijk in de omgang. Nors. Behoorlijk boos ja. Maar wij begrijpen dat dat een schild is, meisjes. Een façade. Het komt allemaal omdat zijn moeder hem eigenlijk nooit echt heeft gewild.
Dat is heel erg zielig voor hem, meisjes. Wij begrijpen dat he-le-maal. En voor Tonneke is het natuurlijk ook best zwaar allemaal. Ik denk eerlijk is eerlijk dat het daardoor ook wel een beetje in haar rug is geschoten. Maar dat zeggen we straks niet tegen haar, hè meisjes.
We moeten erheen om haar leed te verzachten! Om haar een klein beetje op te vrolijken tenminste. Dat is voor ons een hele kleine moeite.
En we krijgen eten daar, meisjes. Ik hoef geen boodschappen te doen. Ik hoef niet te koken. Ik hoef niets. Ja, we hoeven alleen maar bij te ze te gaan zitten en te luisteren. Het kan ons niet makkelijker gemaakt worden. Ze weten intussen heus wel dat we geen kaas lusten. En anders laten we het gewoon staan, hoor! We laten de kaas deze keer staan, meisjes. Dat beloof ik jullie. JULLIE HOEVEN DE BLAUWE KAAS DEZE KEER NIET OP TE ETEN. Ik zweer het op mijn eigen vader en moeder.
Interesseert het jullie eigenlijk wel? We zijn echt al veel te lang niet in Breukelen geweest, hoor. Schandalig gewoon. Egoïsten zijn we, hè? Vieze vuile egoïsten. Op deze manier lijkt het wel alsof we absoluut geen zin in die mensen hebben. Alsof wij ze ook liever kwijt dan rijk zijn. Echt leuk is dat natuurlijk niet, hè meisjes?
Als ik het zo bekijk, is het niet meer dan normaal dat jullie oma nog weinig zin heeft zich met ons te bemoeien. Als ik het zo bekijk, is het ook best logisch dat zij ineens, zonder jullie opa nog wel, naar Oud-Beierland vertrok.
Laten jullie haar weleens iéts horen, eigenlijk? Weten jullie wel hoe het met jullie bloedeigen oma gaat? Wat ze daar allemaal aan het doen is in Oud-Beierland?
En met jullie opa? Hij is laatst vier keer voorover met z’n gezicht op het grind gevallen, schreef de thuiszorg. We moeten ook hoognodig weer eens naar Bemmel afreizen, meisjes. Voor hij dadelijk voorgoed vertrokken is.
Jullie oma bezoekt hem blijkbaar helemaal niet meer.
In de keuken, met haar jas alvast aan, ging ze eventjes op haar tenen staan om het potje te pakken dat ze op de bovenste keukenplank had verstopt, achter de gepelde tomatenblikken. Een minipil haalde ze eruit en stopte die snel in haar mond. 3-Methylmethcathinon. Ze kwam het huis niet meer uit zonder het stimulerende middel. Er zat een psychoactief stofje in, had ze op de site gelezen, maar zij werd er juist heel rustig van. Het werkte voor haar kalmerend. Ze kreeg overzicht. Ze kon, als ze dit pilletje had geslikt ook beter met andere mensen overweg. Ze kon alles beter. Ze durfde meer. Ze voelde zich beter. Gezelliger. Zolang het spulletje werkzaam was, kon ze haar leuke sprankelende zelf weer zijn.
Ze wist ook wel dat hier iets niet aan klopte. Ze weet het aan haar leeftijd. Ze zag het als iets tijdelijks. Een steuntje in haar rug. Ook haar lichaam bevond zich in de transformatiefase. Er was een oude vrouw bezig uit haar tevoorschijn te komen, ze had haar vanmorgen weer in haar onderbroek voorbij zien schieten, een onscherpe vierkante vrouw met een omfloerste blik in haar ogen, met de blubberige pootjes van haar moeder. Dochters kwamen uit moeders tevoorschijn en moeders kwamen uit dochters tevoorschijn.
Meisjes? Waarom zeggen jullie niets terug? Het lijkt wel of ik tegen een muur aan het praten ben.
Buren en familie, dat is precies hetzelfde, meisjes. We kiezen ze niet. Ze bestaan gewoon en wij houden heel veel van ze omdat ze bestaan. HEEL VEEL. Hebben jullie dat begrepen?
Tonneke brengt ons straks ook weer lekker thuis, meisjes. Zo ontzettend graag wil ze dat we komen! Ja, ze kan nog wel rijden, ondanks de overgang, ondanks haar rugklachten.
Oehoe! Waar blijven jullie nou? Waarom hoor ik niets? Over vijf minuten vertrekt de bus. We hadden volgens mij allang in Breukelen moeten zijn. Ik tel tot drie en dan staan jullie echt beneden. Ik tel tot drie.
Mama telt tot drie, meisjes. Anders zwaait er wat. EEN… TWEE…DRIE.
Jullie lijken wel dood!
Ja, als het aan ons lag, gingen we het liefst helemaal nergens op bezoek, dat weet ik ook wel. Als het aan ons lag, bleven we alle drie lekker thuis.
Binnen. Op onze eigen kamers. Maar het ligt niet aan ons, meisjes. Het ligt niet aan ons. Meisjes?

Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

Elke Geurts