papieren helden

FB

De nieuwe weg



INT. POLITIEBUREAU – DAG.
Op het televisiescherm rent Ondervrager Nr. 53 huilend de verhoorkamer uit, niet van plan om ooit terug te komen. De receptioniste en de mensen in de wachtkamer kijken verbaasd op. ‘BUUUUUHUUUUHUUUUUUUU!!!’ echoot het door de straten, loeiend als een sirene. Binnen zit Slechterik nog steeds geboeid in de verhoorkamer. Hij fluit een deuntje, en hij bestudeert rustig het plafond, alsof hij het vertrek van Nr. 53 niet eens heeft opgemerkt. Die deed er toch niet toe. Hij had net zo goed helemaal niet kunnen bestaan. Grijze systeemplaten zijn zelfs nog interessanter. Vochtplek. Donkerbruine spetters. Camera in de hoek. Goh.

Hij weet dat de Rechercheur door die camera naar hem zit te turen. Daar is het hem om te doen. Tijd om uit je hol te komen jij, knipoogt Slechterik. Zijn gezicht is perfect. De deuken en butsen die al die Ondervragers erin hebben geslagen onderschrijven alleen maar hoe perfect dat gezicht is, gebeeldhouwd, zijn huid glanst, zijn haren, die mond, en die blik, o die blik, alsof hij laagjes van je ziel afpelt. Mensen schrikken van zijn blik. Ze happen naar adem. Ze dromen over hem. Het zijn dagdromen en nachtdromen.

Slechterik heeft het talent om in de fantasieën van anderen te duiken. Mensen kijken op vrijdagavond naar de serie, en maandagochtend duikt plots Slechterik op in hun gedachten, haarscherp. Ze denken aan zijn grote donkere ogen, zijn volle lippen die bloedmooi zijn, zelfs al zijn ze gebarsten en bont en blauw geslagen. Ze krijgen het koud als het heet is, en heet als het koud is. Slechterik is doorgedrongen in hun fantasie. En zo gebeurt ook het omgekeerde, hij ziet feilloos wat hun fantasieën zijn.

Hij maakt een ommetje door al die fantasieën. Hij kijkt op z’n gemak rond. Hij ziet alles. Maar de herhaling maakt alles zo leeg. Slechterik heeft toegang tot miljoenen fantasieën (dat wil zeggen, van alle kijkers van een wereldwijd succesvolle serie). Hij ziet alles, weet alles, en met het verstrijken van de tijd brokkelt er iets af in hem. In de gedachten van miljoenen mensen hoopt hij een schitterend idee te vinden, dat zeldzaam is als een diamanten ei. Maar hij vindt alleen maar rotzooi. Wat een jammergevoel is dat. Hersenratten met lichtgevende ogen rennen voor hem uit. Ze knagen aan het verstand, het geweten, en aan oude herinneringen. Slechterik loopt langs een hersenkronkel. Daarachter is gruis. Zijn zoektocht voelt als eindeloos graaien in een berg oud plastic speelgoed. Alles is dof en grauw. En zijn totale teleurstelling in andere mensen groeit. Een persoon is gewoon een plaats waar iets gebeurt, denkt hij. Er is geen verschil tussen een persoon en een grasveld.

In de verhoorkamer smelten de Ondervragers als waterijsjes onder de blik van Slechterik. Hun kaken hangen een beetje los. Ze hebben moeite met ademen. Ze vergeten hun tong in hun mond te houden. Of ze vergeten dat ze überhaupt een mond hebben. Een sliertje kwijl loopt uit hun mondhoek en drupt op het tafelblad.

Een toevallige voorbijganger ziet Slechterik. Eerst had hij haast. Nu staat hij stil midden in de gang van het politiebureau. Hij ziet hoe Slechterik wordt afgevoerd. Zijn warrige zwarte haar valt over zijn gezicht. Hij heeft die woelige blik in zijn ogen, die doordringt tot onder in zijn buik. De toevallige voorbijganger was op het bureau om geluidsoverlast te melden (‘Geschreeuw en gegil bij de buren, en dat op een zondagochtend. Een mens wil slapen!’), maar nu is hij glad vergeten waarom hij hier ook alweer was. Hij krimpt onder de blik van Slechterik. Het is alsof zijn gedachten worden doordrongen. Het voelt heerlijk, hoewel hij er geen controle over heeft. Hij geeft zich eraan over. In een ver verleden, twee of drie minuten terug, zou hij zichzelf hebben omschreven als doelbewust. Nu is die doelbewustheid veranderd in een pluk watten, een windvlaag door een open raam. Glinsterende suikerdeeltjes in het ochtendlicht. Tijd stopt. Over zijn wang rolt een enkele traan. Waterlelies, een onzichtbaar strijkorkest. De zon die plots door het wolkendek breekt. Rozige wangen. Zijn eerste herinnering en zijn laatste. Het orkest stopt. Tijd versnelt alsof er wat in te halen valt. Zijn doelbewustheid gooit hij voorgoed uit het raam. Tonen van een viool zingen na.

Ook Gwyneth, de receptioniste van het politiebureau, is aangeslagen door de aanwezigheid van Slechterik. Normaal is ze een baken van rust, met een frisse blik en rode wangen, blakend gezond als een ontbijtgranenreclame. Ze tovert hete koffie tevoorschijn. Ze slaat vlijtig met haar slanke vingers op de typemachine. Ze draagt zijden bloesjes in alle kleuren, die zacht om haar heen fladderen.

Maar sinds Slechterik er is, is alle lichtheid uit haar weggesijpeld. Ze ziet eruit alsof ze elk moment in duizend scherfjes uit elkaar zal spatten. Soms is de receptie leeg, net of ze met haar staart tussen de benen is gevlucht, als een kat in de lente. Nu zit ze nog laat doelloos te bladeren door de mappen onder haar bureau.

‘Wat zoek je?’ vraagt de Rechercheur, die net met de sleutels in zijn hand is aangekomen om het gebouw af te sluiten. Iedereen is allang naar huis. Wat doet ze hier nog? Ze kijkt naar hem op met een verwilderde blik en verwarde haren, alsof ze zelf niet meer weet wie ze is, waar ze is, of wat.

‘Gwyneth?’ zegt hij.

‘...’

‘GWYNETH!’

O ja. Haar naam is Gwyneth. Even vergeten. Slechterik heeft haar gedachten overgenomen. Zelfs voor haar naam is geen ruimte. Er is alleen ruimte voor hem.

De Rechercheur, rechtlijnig als hij is, snapt niet wat er aan de hand is. Hij besteedt er niet te veel aandacht aan.

Ze is bedwelmd. Slechterik is diep doorgedrongen in haar fantasie. Hij loopt daar rondjes. Hij gaat soms even zitten in een hoekje van haar gedachten, om iets beter te kijken. En hier en daar plant hij een ideetje.

Gwyneth, lieve schat. Die Rechercheur is een zak. Schop hem lekker tegen zijn schenen. Gooi hete koffie over hem heen zodra je de kans krijgt...

Zo slentert Slechterik ieders fantasie binnen. Het lijkt misschien alsof hij vastzit in zijn cel, tussen vier muren. Maar eigenlijk maakt hij voortdurend uitstapjes in de hoofden van anderen. Hij neust rond in verborgen paadjes van het bewustzijn, de stoffige hoeken, de krochten die lang niet zijn schoongemaakt. Leuke prullaria vindt hij genoeg, in al die gedachten. Maar niks dat het bewaren waard is. Hij pakt het dingetje op, speelt er eventjes mee, en gooit het dan verveeld in een hoek.

Het wachten was op de Rechercheur. Om hem heeft Slechterik zichzelf laten opsluiten. Kijk, kijk, daar komt hij de verhoorkamer binnen. Eindelijk. Het leukste dingetje van allemaal. Moest ook niet veel langer duren.

‘Wat gezellig,’ lacht Slechterik.

‘Hm,’ bromt de Rechercheur.

Hij sluit de deur. Hij is het zat. Iedereen die hij op Slechterik afstuurt draait door. De laatste afleveringen liepen drieënvijftig Ondervragers de verhoorkamer binnen. Die zijn schreeuwend door het lint gegaan, gooiend met stoelen en koffiemokken. Een paar waren er zo erg aan toe dat ze werden afgevoerd naar een plaats waar ze voorlopig niet vandaan zullen komen.

‘Gezellig met z’n tweetjes,’ giechelt Slechterik.

De Rechercheur reageert niet. Hij is hier niet om te lachen, hij is hier om een moord. En dat het nooit meer mag gebeuren. Hij staat daar, stil, met zijn armen over elkaar. Slechterik zit ongemakkelijk, voor het eerst. Hij krijgt pijn in zijn nek van het omhoogkijken. De bult bij zijn oog is al lichter. De pus is opgedroogd en klontert op zijn wang. Het bekertje water voor hem is leeg. De Rechercheur vult het bij de wasbak. Hij maakt de handboeien los, zodat Slechterik een paar slokken kan nemen met die droge, gebarsten lippen van hem, die er pijnlijk uitzien. Daarna doet hij de handboeien weer vast.

‘Protocol,’ zegt hij, met een knik naar de handboeien.

‘Comfortabel is anders,’ zegt Slechterik, en hij likt zijn gebarsten lippen. De Rechercheur zwijgt. Protocol is niet om te lachen. Hij had wat woorden voorbereid. ‘Waarom werk je niet mee? Het is niet in je voordeel dat het zo lang duurt.’ Die woorden lijken nu hol. Ze staren elkaar aan. Ze zitten elkaar niet uit te dagen, zoals Slechterik eerder de Ondervragers uitdaagde. Bij de Rechercheur lukt dat niet. Het is een kale manier van zwijgen. Ze wegen de feiten. Welke feiten doen ertoe en welke niet? Het duurt wel een minuut, in stilte. Ze zien iets in elkaar. De een heeft iets wat de ander dringend nodig heeft, en andersom.

Het gezicht van Slechterik licht op, heel even. Hij krijgt een inkijkje in de fantasie van de Rechercheur. Hij ziet de gangen en kamers van zijn gedachten. Het is een vluchtige blik. De gangen sluiten zich weer. Hij heeft geen tijd om uitgebreid rond te neuzen zoals hij bij normale mensen doet. Maar dat hoeft ook niet. De fantasie van de Rechercheur is rechtlijnig en helder, en ergens achterin ziet Slechterik een schittering. Hij weet, dat is iets unieks. Dat is het diamanten ei waarnaar hij zocht, een schitterend idee dat ze samen kunnen uitbroeden.

‘Ik wil dat je me helpt,’ zegt de Rechercheur.

Slechterik knikt. Voor jou doe ik alles.

Hij heeft gevonden waar hij al die tijd naar zocht, net toen hij begon te denken dat niks nog zin had. Maar het bestaat echt, het ei! Het zal hem van die helse alwetendheid verlossen.

‘Ik wil dat je me helpt de verdwenen jongen te vinden.’

Ken je het verhaal van de jongen die verdween? Nee? Komt omdat hij er niet meer is.

‘Hoog tijd dat hij gevonden wordt,’ zegt de Rechercheur.

Het is een deal. De Rechercheur stapt naar Slechterik toe, behoedzaam, alsof hij nog aarzelt. Het is voor het eerst in zijn leven dat hij iets tegen het protocol in doet. Maar wat de Rechercheur leidt, nog meer dan het protocol, is zijn onwrikbare overtuiging dat de wereld te redden valt. Hij zal van de wereld een betere plaats maken. Die betere plaats kneedt hij met zijn eigen handen als het moet. Iedereen mag daar om lachen, zijn collega’s achter zijn rug om, en zelfs zijn eigen vrouw en zijn volwassen dochters, die vertederd kijken en zeggen ‘Och pa toch,’ en hem hoofdschuddend aanhoren. Maar de Rechercheur blijft het geloven, dat hij het slechte kan veranderen in het goede, als hij maar hard genoeg zijn best doet. Hij knikt Slechterik toe, niet toegeeflijk maar feitelijk, omdat dit is wat er moet gebeuren. Hij klikt de handboeien los en gaat tegenover hem aan de tafel zitten. Ze zitten daar als gelijken. Ze hebben veel te bespreken.

De Rechercheur roept Gwyneth om koffie te brengen. Ze komt binnen met een dienblad met twee mokken hete koffie, suiker, en een schoteltje melk. Haar blik schiet naar de ontboeide handen van Slechterik, zijn ogen en zijn mond. O, die mond. Ze struikelt. De Rechercheur krijgt een felle trap tegen zijn schenen met haar naaldhak. Hete koffie gutst over hem heen. Gwyneths ogen schieten vol tranen.

‘Ik kon het niet helpen!’ jammert ze.

‘Rustig maar,’ zegt de Rechercheur. Hij kijkt haar medelijdend aan. ‘Ga maar,’ zegt hij vaderlijk.

Gwyneth knikt, gezicht naar de grond, lijkbleek. Tranen druppen op de vloer. Ze snelt de kamer uit met haar staart tussen de benen. Slechterik knikt haar vriendelijk toe. Gentlemanlike tikt hij twee vingers tegen de rand van een onzichtbare hoed. Dag- dag!

Zo wordt Slechterik zelf agent. Ze noemen hem Badcop. En de Rechercheur noemen ze Goodcop. De een is het tegenovergestelde van de ander – donker en licht, dag en nacht, eerlijk en verdorven.

Iedereen op het politiebureau neemt deze verandering aan zonder vragen te stellen, behalve Ondervrager 36. Die ziet Badcop door het kantoor lopen met z’n nonchalante loopje, spiegelende zonnebril, open shirt, losjes gedragen pistool op de heup, slordig haar.

‘Ooit zal ik hem krijgen,’ zegt 36.

‘Ik ook,’ fluistert Gwyneth. Haar grote vochtige ogen zijn als laatste in beeld, voor de reclame begint. Wie slim is poetst met Lysol! Doet wat het belooft, zelfs bij hardnekkig vuil!


Dit is een hoofdstuk uit de debuutroman De nieuwe weg van Christine Bax die op 28 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Cossee. Slechterik dringt in dit boek, behalve de huiskamers en gedachten van de hoofdpersonen ook die van alle kijkers van een wereldwijd succesvolle serie binnen.

Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

Christine Bax
,